Natuur filosofie

Ik heb het voorlopig maar zo genoemd; natuurfilosofie. Mijn eigen visie, inzicht en ingeboren weten, is gebaseerd op zintuiglijke informatie. Ik ben dan wel academisch en in de wijsbegeerte geschoold, getraind in het gebruiken van mijn hoofd als centraal orgaan van waaruit de werkelijkheid ‘waar’ moet zijn, maar zie dat niet als handigste leidraad in het achterhalen van wat we als levend wezen zijn. Mijn persoonlijke ervaring en de praktische overdenkingen komen voort uit het werken met de klassiek Chinese geneeskunde. En mijn studie en onderzoek heeft me veel in aanraking gebracht met een sjamanistische kijk op het leven en de werkelijkheid.

Wat is waar en wat is een illusie. En hoe kom je daar achter. Wat geeft zekerheid. Het beweegt heel veel denken. Zowel vele filosofische stromingen als oosterse denkwijzen concluderen dat de wereld een illusie is, of gemaakt door ons geloof en overtuiging. Ik ben me gaan verdiepen in manieren om dichter bij de bron te komen, dichter bij de waarheid.

Er zijn al veel recepten uitgevonden. Mediteren, in het donker of in eenzame afzondering, of gewoon thuis op een kussentje. Gebruiken van middelen zoals ayuaska, iboga of canabis. Of door op andere wijzen in een droomstaat terecht te komen. Het is zoals Jung onderscheide, er is onder- en boven-bewustzijn. Er bestaat informatie die diep in ons verborgen ligt. En je hebt een manier nodig om dat gewone bewustzijn uit te zetten, om daar te komen.

Nietzsche maakt een onderscheid tussen vinden en uitvinden. Met ons denken creeeren en interpreteren we de werkelijkheid. Maar met onze zintuigen kunnen we de wereld als waar aantreffen. Ik ben het eens met zijn uitspraak dat we niks te zoeken hebben in een wereld waar we niet kunnen waarnemen. Maar ik voeg daar aan toe dat we meer dan vijf zintuigen hebben.

Ik denk niet dat je je hoofd en je denken uit hoeft te zetten. Je moet wel AL je zintuigen trainen, en beducht zijn voor de zeephelling van de logica en het denken. Vandaar dat ik het voorlopig heb over natuurfilosofie. Ik moet dan denken aan een van de lessen van Joska Soos, luisteren naar het kwaken van een kikker. En terughalen hoeveel keer die gekwaakt heeft. Je kunt dit ook doen met een kerkklok. En beseffen dat je vooruit, en achteruit kunt ‘horen’. Of luisteren naar een gesprek, verderop, in een drukke kroeg. En beseffen dat je kunt focussen op geluid, jezelf kunt verplaatsen.

De oude chinezen waren op zoek naar de onveranderlijke regels in de natuur. En dat leverde hun niet de westerse natuurwetten op. Zij gebruikten zintuigelijke waarneming zo dicht mogelijk bij de bron, zonder fantaseren en interpreteren. Zij maakten geen bouwwerk van hypothesen, maar bleven bij de rauwe feitelijke informatie.

Gedurende de zoektocht naar de onveranderlijke regels werken de oude chinezen een aantal modellen en theorieën  uit. De Itjing, het boek der veranderingen, is een van de meest bekende. De theorie van Yin en Yang en het model van de vijf fasen is misschien niets minder bekend. Hierover schrijf ik omdat er heel veel belangrijke kennis besloten ligt in deze bronnen.